‘Keihard werken en nooit opgeven!’

De nu 24-Jarige Isabella Willemsen werkt sinds een jaar met veel plezier als receptioniste bij Waterschap Vallei en Veluwe. Ze legde een lange en vaak moeilijke weg af om daar uiteindelijk terecht te komen. “Ik vond veel afwijzingen zó onterecht. Mensen met een bijzonderheid, zoals ik met mijn epilepsie, verdienen ook gewoon een plek om te werken. Het Waterschap biedt mensen zoals ik wél een mogelijkheid om door te groeien.”

“Op de havo raakte ik te ver achter vanwege mijn epilepsie. Met elke week wel een aanval kwam ik in een vicieuze cirkel. Dus ging ik verder op de mavo waar ik mijn diploma haalde. Ik wilde al mijn hele leven ‘later’ in de zorg werken, maar door de epilepsie was dat natuurlijk geen optie. Toch ben ik een sociaal persoon, ik werk graag met mensen. Ik besloot dan ook de kappersopleiding te gaan volgen. Op het ROC werd ik afgewezen vanwege mijn epilepsie, maar bij de Nederlandse Kappersacademie pakten ze dat anders aan, daar was ik van harte welkom. Na twee jaar rondde ik mijn opleiding af en startte ik als zelfstandige een kapsalon.”

Inkomen genereren

“Ik werkte samen met mijn moeder vanuit de salon bij ons huis. Mijn moeder is schoonheidsspecialiste. Een eigen klantenbestand opbouwen kost echter veel tijd en mijn inkomen was nog zo laag dat ik erbij ging werken in de catering. Dat was uiteindelijk toch ‘teveel hooi op mijn vork’. Er volgde een NVS-operatie (Nervus Vagus Stimulatie;  implantatie van een soort pacemaker op die zenuw. Deze geeft stroompjes af die door de zenuw naar de hersenen gaan. Hierdoor kunnen de epileptische signalen van de hersenen worden beïnvloed). Omdat mijn inkomen laag bleef, werkte ik ook nog een tijd bij Monkeytown.”

De impact van epilepsie

“Alles bij elkaar probeerde ik lange tijd voldoende inkomen te genereren uit mijn kapsalon met daarnaast verschillende tijdelijke baantjes. Daarna volgde een tweede NVS-operatie. Na talloze opnames is ontdekt dat mijn epilepsie niet operabel is omdat het in de linker hersenkwab zit. Ik heb grote aanvallen waar ik twee weken van bij moet komen en elke dag wel enkele kleine aanvallen die zich uiten in een ‘moment van afwezigheid’. Na de tweede NVS-operatie werden de grote aanvallen wel minder. Mijn medicatie helpt daar ook aan mee. Epilepsie heeft een enorme impact op mijn leven. Inmiddels weet ik wat ik wel én niet kan doen. Vroeger wilde ik niet weten van mijn handicap en hield ik er dus geen rekening mee. Ik deed wat ik wilde, ook al was het gevolg een aanval. Zoals iedereen weet, luistert een puber niet naar haar ouders. Ik kan niet heel vermoeid of heel gestrest zijn, want dan gaat het fout. Daar houd ik dus altijd rekening mee. Nooit teveel op één dag en voldoende rust nemen.”

Ander werk

“Ik kwam tot de conclusie dat mijn eigen kapsalon én een bijbaan om voldoende te verdienen, te veel was voor mij. Iedereen zocht met me mee naar een baan, want vanwege mijn epilepsie is die niet gemakkelijk te vinden. Via mijn zus hoorde ik van een vacature bij het Waterschap. De sollicitatieronde was al voorbij, dus ik dacht er weer naast te grijpen. Toch liet mijn vader zich daar niet door weerhouden. Hij belde en Thea Huis-in ’t Veld wilde me wel een kans geven. Dat leverde me een baan op bij de afdeling catering van het Waterschap. Ik werkte daar een jaar onder leiding van Nikki en midden in de Coronatijd stapte ik over naar de receptie. Het Waterschap biedt mensen zoals ik namelijk wél een mogelijkheid om door te groeien. Ze vragen wat ik nodig heb, wat ik wil en ze doen daadwerkelijk iets met de antwoorden die ze krijgen. Alle afwijzingen die ik tot die tijd kreeg, maakten me verdrietig en onzeker. Ik vond veel afwijzingen zó onterecht. Mensen met een bijzonderheid verdienen ook gewoon een plek om te werken.”

Aanpassingen

“Vanzelfsprekend heb ik mijn collega’s meteen verteld van mijn epilepsie. Als je dat niet doet, heb je alleen jezelf ermee. Stel dat ik een zware aanval krijg, dan moeten collega’s wel weten wat ze moeten doen. Er zijn wat kleine aanpassingen voor mij gedaan. Zo is de noodknop (die toch al aanwezig was) verplaatst naar mijn kant van de desk. Als ik die knop gebruik, komen de bodes direct naar me toe. Verder blijft er altijd één BHV-er in het gebouw als ik er ben. Dat is ongeveer alles wat ik nodig heb. En er wordt rekening gehouden met mijn rooster. Als ik bijvoorbeeld op maandag de hele dag werk, hoef ik dinsdag alleen de middag te werken. In totaal werk ik twintig uur per week.”

Tips

“Mijn tips voor anderen met een arbeidsbijzonderheid die een baan zoeken? Geef nooit op! Zit niet bij de pakken neer, er komt echt een keer iemand die je wél accepteert zoals je bent. Ik raad leidinggevenden aan om door het ‘rugzakje’ heen te kijken en de méns te zien. Probeer het gewoon. Praat met ze en ervaar dat mensen zoals ik ontzettend gemotiveerd zijn. Het gaat zoveel beter met ons als we maar een kans krijgen. Mensen met een arbeidsbijzonderheid zijn niet anders dan anderen, maar hebben iets bijzonders/speciaals. Maak daar juist gebruik van. Omarm het. Zodat ook de mensen die er misschien wat moeite mee hebben, daar in kunnen groeien.”

Interview door Corry Daalhof, Thuis in Tekst